Antwerpse taxi’s vieren 75 jaar veilig en hoffelijk verkeer

Redactie
Mobiliteit
APTU 2011.jpg(image/jpeg)

De Antwerpse Provinciale Taxi Unie, kortweg APTU, bestaat 75 jaar.  Deurnenaar en voorzitter Paul Van Avermaet kondigt een campagne aan hoffelijk en veilig verkeer. 

APTU werd in 1936 als “Antwerpse Private Taxi Uitbaters “ opgericht als een reactie door een aantal exploitanten van privé-taxi’s op de beslissing van Antwerps burgemeester Camille Huysmans om de standplaatsconcessie op de openbare weg te verlenen aan slechts één taxi-onderneming. Dat werd de Samenwerkende Vennootschap ATM, die dat feitelijk monopolie kon behouden tot liefst 1978. In de volgende decennia groeide APTU uit tot dé vertegenwoordiger van de Antwerpse taxibedrijven in de relaties tot de overheden, de werknemersorganisaties en tal van andere betrokken organismen.

Geen monopolie meer

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de invloed en zeggenschap van stads- en gemeentebesturen op de organisatie van het taxigebeuren in belangrijke mate. Die invloed situeerde zich op het vlak van zowel controles als op dat van wet- en regelgeving en het verstrekken van vergunningen. Met de fusie van Antwerpen met zijn randgemeenten in 1984 wordt de Antwerpse stedelijke overheid bevoegd over alle taxi’s in Groot Antwerpen. Tegelijk wint ook APTU aan leden en dus invloed. In die mate dat in 1985 drie APTU-bedrijven hun gelijk halen voor de Raad van State inzake de vergunningen voor openbare standplaatsen. Het is dan als taxi-uitbater meteen niet langer noodzakelijk om over minimum 40 voertuigen te beschikken om op de openbare standplaatsen te mogen staan. Vanaf die uitspraak zijn de standplaatsen dus beschikbaar voor alle vergunde taxi’s, zowat een revolutie na 50 jaar monopolie van één onderneming.

Dat vonnis betekende een belangrijke doorbraak voor de geloofwaardigheid van de beroepsvereniging. Die daarmee aan slagkracht won en in de jaren negentig mee zorgde voor een aantal belangrijke evoluties zoals de mini-taxi’s, de introductie van de Wodca-taxicheques, de start van de samenwerking met De Lijn in de vorm van het TOV-ticket en tal van opleidingen voor chauffeurs. Vanaf de millenium-wissel gaat het nog harder: nieuw taxidecreet, afschaffing van de perimeter, het electronisch vervoersticket, de regeling van het statuut van zelfstandige taxichauffeurs, het nieuw stedelijk taxireglement, oranje taxisjablonen die de taxistandplaatsen vrij houden van foutparkeerders, taxi-minibussen voor het vervoer van rolstoelgebruikers, taxicheques voor minder-valide 65-plussers, permanente vorming voor chauffeurs en samenwerking met het Huis van het Nederlands voor anderstalige kandidaat-chauffeurs.

APTU behartigt de relaties van de sector met de bevoegde overheden en werknemersorganisaties, verdedigt de belangen van taxibedrijven in materies als vergunningen, standplaatsen tarieven van ritten en vertegenwoordigt de sector in de nationale organisatie GTL, het Sociaal Fonds, het Paritair Comité en de Taxi-Adviescommissie. Antwerpen telt op dit moment 410 taxi’s. Daarvan is 55 à 60% via het bedrijf lid van de vereniging. Dat aantal groeit gestaag. De organisatie heeft trouwens niet enkel leden in Groot Antwerpen, maar maakt zijn provinciale ambitie waar met leden in Lier, Turnhout en Mechelen.

Samen met de stedelijke overheid en het kabinet van bevoegd schepen Ludo Van Campenhout, die de vereniging in het kader van de feestelijke verjaardag officieel op het Antwerps Stadhuis ontving en een oorkonde overhandigde, wordt constant gewerkt aan de bevordering van de kwaliteit en de veiligheid van het taxivervoer. De kwaliteitszorg zal trouwens binnenkort verankerd worden in een nieuw taxireglement. In het kader van deze doelstellingen stelde APTU tijdens het bezoek aan het Stadhuis een nieuwe campagne voor. Vanaf nu rijden de Antwerpse taxi’s met zelfklevende banners op de achterruit die de slogan dragen: “75 jaar hoffelijk en veilig verkeer per taxi”.

Webdesign Desk02