Ons milieu krijgt het hard te verduren. In de meeste gevallen gedraagt de mens zich op deze planeet als een wraakroepende nestbevuiler en dat alleen is reeds voldoende om de toekomst van deze paneet te hypothekeren. Bovendien zijn er nog de natuurelementen die jaar na jaar heftiger protesteren tegen het beleid van onze planeet. Vulkaanuitbarstingen, aardbevingen met tsunami’s als gevolg, tornado’s en andere oprispingen van de natuur hebben ervoor gezorgd dat de lucht nog nooit zo vuil (vervuild) was als de afgelopen drie maanden. De piek in fijn stof is zorgwekkend voor de gezondheid, zegt toxicoloog Ben Nemery van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is zeer streng: “Bij elke piek gaan er iets meer mensen dood.”
De toestand is zorgwekkend. Na drie maanden (de eerste drie maanden van 2011) heeft de Intergewestelijke Cel voor Leefmilieu (Ircel) 10 à 15% meer fijn stof in de Belgische lucht gemeten dan vorig jaar.
Enkele jaren geleden wisten we niet eens wat “fijn stof” was of wat we daarbij moesten voorstellen. De mogelijke komst van De Lange Wapper – ondertussen afgewimpelde brug over Antwerpen – bracht actiegroepen op de voorgrond die zich zorgen maakten om de gezondheid van de burgers omwille van een te sterke toename van het fijn stof. Waarom hebben wij ons daar al die jaren voordien niets van aangetrokken? Tussen haakjes: de zogenaamde Lange Wapper mag dan wel uit Antwerpen verbannen zijn, ondertussen is wel uitgelekt dat ze er wel zal komen in Nijmegen.
Ondanks onze goede reputatie op het vlak van afvalselectie, maakt de milieuorganisatie WWF in haar rapport Living Planet Report brandhout van onze milieureputatie. Zij is zeer streng voor onze milieumentaliteit wanneer ze schrijft: “Als de hele wereld zou leven zoals wij in België, dan hadden we maar liefst 4,4 planeten nodig om grondstoffen te produceren en afval te verwerken.” We blijken op drie na de grootste vervuiler van de wereld te zijn.
De ecologische voetafdruk van de Belg (d.i. de oppervlakte die nodig is om al onze grondstoffen te produceren en ons afval te verwerken) bedraagt volgens het jongste WWF-rapport 8 hectare. De gemiddelde voetafdruk in de wereld per persoon bedraagt 2,7 hectare, terwijl elk van ons eigenlijk maar 1,8 hectare ter beschikking heeft. Met andere woorden: een buis zo groot als een huis. Het werd tijd dat we ons specialistenpanel Milieu nog eens uitnodigden voor een ontbijtvergadering met panelgesprek. Waren aanwezig in een van de vergaderzalen van het Scandic Hotel te Borgerhout, dat bekend staat om zijn milieubewuste aanpak en strategie:
- Steve Daenen (Vanheede)
- Steven Ghysens (Enviro +)
- Lieven Gunst (Denico Green Products)
- Mireille Verboven (Febem-Fege)
- Anouk Van de Meulebroecke (BECO)
- Piet Van den Abeele (Unizo)
- Carine Van Hove (Vito)
- Lars Van Passel (RSK Benelux)
- Dirk Volders (Clean World Solutions)
We lieten ons eens te meer inspireren op de actualiteit om een vragenlijst aan het panel voor te leggen.
VRAAG 1
In de actualiteit van vandaag staan de fiscale maatregelen om het plaatsen van zonnepanelen te bevorderen, op de eerste plaats. De tegemoetkoming van de overheid heeft ervoor gezorgd dat zowel particulieren als bedrijven massaal gereageerd hebben. Zo massaal zelfs dat distributiebeheerder Eandis met een tekort zit van 412 miljoen euro (zonnepanelen) en voor de premies 91 miljoen, terwijl dit tekort over een periode van 2009 tot 2012 slechts ingeschat werd voor 95 miljoen euro aan ondersteuning van de zonnepanelen en 136 miljoen euro aan premies om energie te besparen. Oplossing? Mensen die geen zonnepanelen geplaatst hebben moeten nu opdraaien voor de kosten van de misrekening bij de inschatting. Had dit niet kunnen voorkomen worden? Sommige bedrijven (zoals Katoennatie) worden nu met de vinger gewezen omdat ze gebruik gemaakt hebben van de steunmaatregelen terwijl ze bij de installatie felicitaties kregen van alle partijen. Dit is toch geen duurzame … politiek?
Mireille Verboven: Een moeilijke vraag. Steunmaatregelen zijn belangrijk en mogen na evaluatie teruggeschroefd worden natuurlijk, maar investeringen van het bedrijfsleven zowel als van particulieren mogen niet op losse schroeven komen te staan. We moeten blijven volop inzetten op duurzame energie.
Anouk Van de Meulebroecke: Dat het een succes zou worden, dat was uiteindelijk toch de bedoeling hé?! De maatregel had tot doel onze achterstand in hernieuwbare energie in te halen. De misrekening dan ook doorrekenen aan de consument zou normaal niet mogen kunnen.
Piet Van den Abeele: Men heeft het duidelijk verkeerd ingeschat. Misschien had men regelmatiger moeten evalueren om korter op de bal te kunnen spelen en sneller in te grijpen en de prijzen van zonnepanelen en elektriciteit veranderen. Het is maar een deel van de oplossing. De bedoeling zou moeten zijn dat er trapsgewijs naar beneden gewerkt wordt, d.w.z. grotere installaties minder steun om dezelfde terugverdienbaarheid te krijgen. Wat Eandis nu doet, zou niet mogen kunnen. Ze hebben zich inderdaad misrekend, maar ondanks deze misrekening keren ze toch nog altijd maar losjes 150 à 250 miljoen euro dividenden uit.
Steven Ghysens: Er moet een betere onderverdeling komen van wie welke steun krijgt.
Carine Van Hove: Het gevaar bestaat natuurlijk dat we het kind, samen met het badwater, gaan weggooien. Het is nu tenslotte nog maar een proeftijd waarin iedereen op zoek is naar de best sluitende formule. Bedrijven doen booming business, ook dat brengt ons tenslotte allen welvaart op. De groene economie moet kansen blijven krijgen.
Steven Ghysens: Ik vraag me nog altijd af wat er gaat gebeuren op belastingvlak.
Piet Van den Abeele: Het doel van de steunmaatregelen was 13% hernieuwbare energie te creëren. Er zijn nog andere aandachtspunten dan louter zonnepanelen. Ik denk dan aan biomassa, biogas, windenergie en warmtepompen. Er is bv. slechts zeer beperkte ondersteuning voor installatie van warmtepompen, en dan nog onder strikte voorwaarden.
Lieven Gunst: Ik vraag me nog altijd af wat er met de zonnepanelen gaat gebeuren binnen 20 jaar wanneer ze aan herstel of vernieuwing toe zijn. Hoe gaan we dit opvangen wanneer deze niet meer vervangen worden als velen afhaken als er geen subsidie meer voor is. Het is wel jammer dat er vandaag nog altijd geen steunmaatregelen bestaan voor windmolens en die zijn zeker even rendabel als zonnepanelen.
Steve Daenen: Niemand kan je vandaag met zekerheid zeggen hoelang zonnepanelen meegaan. Dat is waar.
Mireille Verboven: Tussen dit en 20 jaar zal er veel veranderen aan de structuur, de samenstelling en de kwaliteit van zonnepanelen. Het product staat nog maar in zijn kinderschoenen.
VRAAG 2
Sedert het project De Lange Wapper in de actualiteit gekomen is, werden we allemaal geconfronteerd met het fenomeen van het ‘fijn stof’. In de eerste drie maanden van 2011 werd de fijn stof norm vaker overschreden dan in heel 2010. Er wacht ons een Europese boete. Wat kan het bedrijfsleven doen om de aanwezigheid van fijn stof te verminderen? Wat doet fijn stof de mens?
Lars Van Passel: Fijn stof kan voor langdurig gevaar zorgen via aandoeningen aan de luchtwagen, verergering van astma, initiëren van hartinfarcten, en mogelijk andere aandoeningen. In het verkeer zijn het voornamelijk de dieselmotoren die als grote schuldigen nagewezen moeten worden. De moderne diesels zijn al wel iets geperfectioneerd en produceren minder fijn stof maar wel met kleinere partikels. Het risico is dat de kleinere deeltjes van het fijn stof verder de longen indringen. Benzinemotoren produceren veel minder fijn stof.
Piet Van den Abeele: De nieuwe wagens die op onze wegen gebracht worden zijn volledig conform aan de Europese norm. Vanaf september 2016 wordt de Euro 6 diesel de verplichte norm in Europa. De grootste verwekkers van fijn stof in onze maatschappij zijn het verkeer, de landbouw wegens ammoniakemissies, de industrie en de gebouwenverwarming, maar veel fijn stof komt ook van buiten onze landsgrenzen.
Carine Van Hove: We werden tijdens 1ste kwartaal van 2011 ook geconfronteerd met een droger klimaat, met oostenwind. Regenval of andere vormen van besproeiing werken de vermindering van fijn stof in de hand.
Mireille Verboven: Er is sprake van Vlarem aanpassingen die op komst zijn. De voorgestelde aanpassingen zullen vooral de industrie (opslagplaatsen of verwerkers van stuifgevoelige stoffen) op kosten jagen. Maar deze zijn niet de grootste boosdoeners in de fijn stof problematiek, dat moet eerder gezocht worden bij het verkeer. Via VOKA proberen wij de kritiek op deze voorstellen te kanaliseren.
Piet Van den Abeele: Het bedrijfsleven heeft de grootste reductie van fijn stof gerealiseerd. Op milieutechnisch vlak zou het verstandig zijn dat bedrijfswagens alle vier jaar vervangen worden en dat oudere voertuigen sneller uit het verkeer gehaald worden. Bij nieuwe wagens zijn filters standaard ingebouwd. Elke nieuwe wagen heeft nog meer en betere milieubeschermende voorzieningen ingebouwd.
Carine Van Hove: De industrie heeft de reductie weten te halveren. Het wagenpark zal zeker ook snel veranderen en we gaan naar een verregaande elektrificatie van onze mobiliteit. Het zal misschien nog even duren, maar het zit er sowieso aan te komen.
VRAAG 3
Toen supermarkten besloten om de verkochte goederen niet langer gratis in plastic zakken aan de klanten te bezorgen, was er protest en was niet iedereen daarmee gelukkig. Ondertussen weten we dat we door deze maatregel alleen 4.873 ton plastic hebben uitgespaard. Zijn er nog maatregelen die we onze maatschappij en onze lezers kunnen aanraden om de afvalberg te verkleinen?
Steve Daenen: Niet veel. De grote warenhuizen hebben het voorbeeld gegeven en zorgen voor aanzienlijk veel minder plastic verpakking, maar de kleine winkels geven er dan weer veel meer. Er is nog veel nutteloze verpakking.
Piet Van den Abeele: De hedendaagse consument heeft tal van keuzemogelijkheden en kan bv. de verpakking van groenten en fruit vermijden door vers aan te kopen bij de lokale winkel..
Lars Van Passel: Het toegenomen aanbod van voedingswaren in kleinere porties zorgt in elk geval wel voor meer plastic verpakkingsafval.
Freddy Michiels: Professor Van Breedam, specialist in logistiek, haalde onlangs het voorbeeld aan van de nieuwe theeverpakking in driehoekjes, een nieuw marketingconcept van een theeleverancier. Het publiek is er gek op. Om deze driehoekige theezakjes te transporteren hebben we voor hetzelfde volume in gewone platte theezakjes, driemaal zoveel vrachtwagens nodig. Maar het is een concept dat aanslaat.
Lieven Gunst: Er zijn verschillende soorten plasticzakken. Je hebt de composteerbare verpakking en je hebt de recyclage verpakking. Zakken en verpakkingen op basis van PLA zijn perfect composteerbaar en zouden in de GFT-zak kunnen, het enige probleem is dat je het verschil met conventionele plastic niet ziet. En daarom kan men deze nog steeds niet gemengd ophalen. Daarnaast komen bij verbranding veel minder schadelijke stoffen vrij dan bij het verbranden van plastic.
Mireille Verboven: Het is belangrijk om hier beter en meer over te communiceren, want het onderscheid is niet duidelijk. Ik vrees dat er bij de consument ook geen belletje gaat rinkelen.
Carine Van Hove: Bedrijven moeten hun green marketing meer in de kijker plaatsen. De consument mag weten welke moeite bedrijven zich getroosten om ons gezondere producten op een gezondere manier te leveren.
Anouk Van de Meulebroecke: En de consument en producent kiezen beter meteen voor “goede producten”. Op dat gebied verandert de laatste jaren zoveel: denk maar aan bv. recycleerbare of composteerbare verpakkingen.
Steve Daenen: Hoe kan je dit selectief ophalen als mensen het onderscheid niet zien?
Mireille Verboven: Sorteren aan de bron is een belangrijk uitgangspunt. Er zijn sorteerverplichtingen voor bedrijven volgens onze wetgeving (VLAREA), maar veelal blijft dit dode letter. FEBEM heeft de afzonderlijke inzameling van de bedrijfsafvalstoffen voor vier specifieke sectoren - horeca, garages, landbouw en bouwsector - onder de loep genomen. We zullen de sorteerverplichtingen voor deze sectoren pragmatisch benaderen en trachten te verfijnen.
VRAAG 4
Hoe zit het overigens met de grondvervuiling vandaag?
Dirk Volders: Het gebruik van huisbrandolie (mazout) als energiebron voor verwarming is in België nog steeds zeer verspreid en verankerd. Het aanleveren van mazout komt neer op ongeveer 5 miljoen leveringen per jaar. En dat er hier en daar wat misgaat, is niet ondenkbaar. Zowel de mens als de techniek zijn niet onfeilbaar. Rekening houdend met de historiek en het feit dat er morsingen zijn, geeft aan dat er nog heel wat bodemvervuiling aanwezig is. De impact van morsingen zou echter drastisch beperkt kunnen worden door het aanpassen van de installaties. Kolenkelders van vroeger zijn bijvoorbeeld niet aangepast, geactualiseerd aan de huidige normen waardoor er morsingen met ernstige bodemvervuiling kan ontstaan.
Piet Van den Abeele: Het bodemdecreet is een regelgeving die in Vlaanderen aangepakt wordt sedert 1995. Nu pas is men in Wallonië wakker geworden, dat is 15 jaar later.
Mireille Verboven: In Vlaanderen is OVAM en de grondreinigingssector inderdaad al een tijdje goed bezig, en de resultaten zijn gunstig. Deze sector staat helaas sterk onder druk. Zo zijn de budgetten van OVAM voor ambtshalve saneringen weer gedaald dit jaar, zodat sommige projecten noodgedwongen uitgesteld worden. Om onze vrije ruimtes te vrijwaren is het belangrijk dat de zogenaamde Brownfields (verlaten industriële sites) beschikbaar gemaakt worden voor nieuwe doeleinden.
Lars Van Passel: Aanvullend aan de opmerking van Dirk Volders kan gesteld worden dat heel wat van de ondergrondse stookolietanks 30 à 40 jaar oud zijn. Door corrosieproblemen hebben in het verleden reeds een aantal van die tanks gelekt, maar zullen in de toekomst onherroepelijk nog een aantal van die tanks gaan lekken.
VRAAG 5
Volgens een onderzoek van Ovam zou het zwerfvuil in 2010 hebben bestaan uit 20 miljoen sigarettenpeuken, 8,5 miljoen kauwgommen, 13,7 miljoen stuks herkenbaar vuil zoals pakjes sigaretten (7,5%), papier en karton (8%), kunststof (55%) en metaal (20%). Wat kunnen we doen om deze afvalberg redelijker te maken?
Steve Daenen: Het is puur gemakzucht. Wij halen de glasbollen van de stad Antwerpen op bijvoorbeeld. Je moest eens weten wat ze daar allemaal in vinden. Ikzelf raap blikjes op die ik naast afvalcontainers zie liggen uit principe. Waarom doen de mensen die blikjes weggooien dat niet?
Mireille Verboven: Bij ons in Grimbergen staat er in de berm het bord “Net opgeruimd” en ook daarnaast durft een snoodaard een blikje te dumpen.
Anouk Van de Meulebroecke: Veel zwerfvuil kan voorkomen worden door een slimme invulling van communicatie, sensibilisering en participatie (bv. door gerichte, participatieve sensibiliseringsacties en communicatie naar geselecteerde doelgroepen). Daarnaast is het vaak mogelijk om de reinigingsinfrastructuur en -organisatie te optimaliseren zonder dat daar meerkosten aan verbonden zijn. Sterke en gerichte handhaving is van belang, alsook maatwerk om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Bij zwerfvuilbestrijdingsprojecten wordt dan ook best gestaag rond volgende thema’s gewerkt: communicatie/participatie, reiniging, handhaving en omgeving.
Lars Van Passel: Het lijkt een gebrek aan de juiste mentaliteit. Die mentaliteit erin krijgen maakt deel uit van de opvoeding van jongeren, zowel thuis als op de school. Het voorbeeld dat de ouders stellen is daarbij van groot belang.
Piet Van den Abeele: De attitude moet wijzigen, daar zal iedereen het mee eens zijn. De gemeenten hebben nu al de mogelijkheid om op te treden tegen burgers via gemeentelijke administratieve sancties , waarmee de opruimingskosten gedeeltelijk kunnen betaald worden.
Steven Ghysens: Alles begint bij het onderwijs. Het is daar dat we moeten zorgen dat jongeren zich bewust worden van de gevolgen van zwerfvuil en de juiste attitude leren aannemen bijvoorbeeld door opruimacties. Ook op het vlak van afvalsortering heeft het even geduurd vooraleer dit ingeburgerd geraakte en nu behoren Vlamingen tot de besten van de klas in Europa.
Mireille Verboven: Met het ophalen van afval moet men toch voorzichtig zijn. Het is een gevaarlijk beroep. Er gebeuren trouwens veel ongevallen bij niet-professionele afvalophalers. Je moet dit werkelijk overlaten aan professionals.
Steve Daenen: De grootste vervuilers zijn de buitenlandse vrachtwagens. Daar staat geen maat op, die gooien maar weg.
VRAAG 6
Wat kunnen we onze lezers nog als advies meegeven? Waar zouden kmo’s nog meer dan vandaag rekening kunnen mee houden in de toekomst?
Lieven Gunst: Ik kan niet genoeg pleiten voor sensibiliseringscampagnes. We moeten allemaal ons steentje bijdragen aan afvalbeheersing en spaarzaam omgaan met onze grondstoffen. Veel te vaak wordt gezegd: Het is een zorg voor later. We moeten allemaal bewust zorgen voor de toekomst van deze planeet, en ze leefbaar houden voor de komende generaties.
Mireille Verboven: Naar kmo’s toe zou ik willen zeggen: zorg voor een selectie ophaling van de bedrijfsafvalstoffen en speel a.u.b. een rol in het vermijden of voorkomen van zwerfvuil.
Steven Ghysens: Aan de bedrijven zou ik willen zeggen: neem uw maatschappelijke verantwoordelijkheid en ontwikkel producten of diensten op een eco-efficiënte manier. Aan de politici: als je verwacht dat mensen aan het milieu denken, geef dan het voorbeeld en werk meer op lange termijn. Voer ook niet zomaar blindelings milieubelastingen in, zonder dat bedrijven en consumenten over een haalbaar en betaalbaar milieuvriendelijker alternatief beschikken. Op deze manier wordt vermeden dat men milieu altijd maar blijft associëren met kosten en zal men het misschien meer gaan zien als een opportuniteit.
Piet Van den Abeele: Kmo’s sorteren hoe langer hoe beter. De aanpak van de garages bijvoorbeeld is geweldig geëvolueerd. Er is een positieve evolutie en dat is zeer goed, maar er valt nog een weg af te leggen.
Carine Van Hove: Als ik zie welke inspanningen bedrijven doen, dan leeft er toch heel veel rond het milieubewustzijn. We zullen met z’n allen evolueren naar een mooi gesloten kringloopketen. Vlaanderen is een laboratorium met zijn hoge bevolkingsdichtheid. Het beleid in ons land is daardoor prima geïnspireerd.
Anouk Van de Meulebroecke: Er zijn absoluut veel bedrijven die hun business model omgooien om het meteen goed doen i.p.v. stelselmatig beter te doen om de milieu-impact te verkleinen.
Steve Daenen: De autosector inspireert zijn dealers om meer milieubewuster te werken. Restaurants hebben de handicap van hun kleinschaligheid. We moeten wel toegeven dat de laatste jaren met meer bewustzijn aan het milieu gewerkt wordt. Doe zo voort.
Dirk Volders: Algemeen is er wel degelijk een bewustwordingproces aan de gang. Het begrip milieu en bodemverontreiniging is geen ongekend gegeven meer. Met als gevolg dat alle partijen hiermee rekening willen houden. Wat ons bestaan als mens binnen de natuur enkel maar ten goede komt.
Foto’s: Luc Peeters/Pixelshop
Nuttige links:
- www.beco.be
- www.cleanworldsolutions.be
- www.denico.eu
- www.enviroplus.be
- www.febem-fege.be
- www.rskgroup.be
- www.vanheede.com
- www.unizo.be
- www.vito.be


