Als er één dienstensector de jongste jaren geëvolueerd is, dan is het zeker het facilitair management, meestal via zijn Engelse benaming geciteerd: Facility Management.
Voor alle duidelijkheid: Facility Management is de overkoepelende naam voor wie zich bezighoudt met het besturen en beheersen van de ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces van een organisatie. De naam is afgeleid van het Latijnse “facilitas” of “facilitate”, hetgeen gemakkelijkheid, gewilligheid of vriendelijkheid betekent. Facility Management betreft dus ondersteunende activiteiten , die nodig zijn om doelen te bereiken. Zowel op het strategische vlak van de organisatie als op het praktische vlak van de individuele werknemers.
Het aantal diensten dat tot facilitair management behoort neemt jaar na jaar toe omdat in onze snel veranderende maatschappij zich elke dag nieuwe niches vormen, die van bijzonder belang zijn voor het bedrijfsleven en die tot een gespecialiseerd domein behoren. En dat is belangrijk. Niemand is vandaag nog in staat om alle taken die bij de organisatie van een bedrijf komen kijken, persoonlijk en in eigen huis uit te voeren. Niemand kan het tempo volgen waarin vernieuwingen, mentaliteitswijzigingen en juridische verplichtingen zich aanmelden voor alle sectoren. Daarom evolueert onze maatschappij hoe langer hoe meer naar een dienstenmaatschappij waarbij de klant zich hoofdzakelijk of uitsluitend bezighoudt met zijn core business, het doel en de specialiteit van het bedrijf. Andere diensten worden ingehuurd. Op die manier heeft een bedrijf in alle omstandigheden de beste competenties in huis en kan het snel en efficiënt inspelen op de behoeften van de klanten. Facility Management is gegroeid vanuit de diensten die de cleaningsector aanbood. Het onderhoud van kantoren is ondertussen nog maar een onderdeel van de sector, weliswaar een belangrijk onderdeel. Maar de uitbreiding is geleidelijk gekomen, mede op vraag of zelfs onder druk van de klanten, het bedrijfsleven.
Om de veelomvattendheid van de sector te illustreren nodigden we diverse experts uit de sector uit, die elk actief zijn in een bepaald domein van de sector: onderhoud, cleaning, kantoorinrichting, kantoordecoratie, fleetbeheer, verkoop en verhuur van onderhoudsproducten en dies meer. Gaven gevolg aan onze uitnodiging:
- Marc Celen (Boma)
- Brick De Schutter (Concrete Allround Creative)
- Claudine Decorte (Facilicom)
- Marcel Eeckhout (MCS)
- Freddy Hoorens (Quares)
- Chris Huybrechts (Projectatelier)
- Philippe Janssens de Varebeke (Global Design)
- Nico Joly (Ambius)
- Ben Maes (Limas)
- Dirk Maes (Maes Factory)
- Peter Nuijs (App All Remove)
- Jef Rymen (Tec)
- Ben Smets (Alpheios Belgium)
- Yves Stevens (International Facility Management Association)
- Steven Valkeniers (Global Design)
- Koen Van Ginneken (Kärcher Center)
- Kurt Van Paesschen (Planon)
- Paul Verkinderen (Chevin Fleet Solutions)
- Patrick Waûters (AOS Studley)
Hoe zien deze tenoren van de sector Facility Management de toekomst en wat kunnen zij de lezers aanraden om beter en nuttiger met deze sector samen te werken? Dat was de bedoeling van dit panelgesprek. Aan de lezer om te oordelen of we in dit opzet geslaagd zijn.
Opleiding is zeer belangrijk en wordt nog belangrijker
Elke sector die zich respecteert verenigt zich best in een beroepsfederatie die dan als taak heeft de belangen van de sectorleden te verdedigen. Voor de sector van Facility Management is dat IFMA, wat staat voor International Facility Management Association. De Belgische afdeling van deze internationale organisatie heeft ondertussen reeds meer dan 500 leden die professioneel actief zijn in de sector. Wat doet deze beroepsvereniging precies en hoe verdedigt zij de belangen van de sector?
Yves Stevens, manager IFMA: Marcel Eeckhout hier aanwezig is één van de stichters van deze beroepsfederatie, waarvan internationaal bij benadering 23.000 bedrijven aangesloten zijn Het hoofdhuis is gevestigd in Houston (VS). De leden kunnen zowel uit de sector van de soft facilities, bvb cleaning, catering, security….. als de hard facilities, zoals bijvoorbeeld technisch onderhoud en energiemanagement, als de toeleveringssector komen. De vereniging haalt zijn middelen uit de lidgelden en uit partnerships. Alle mogelijke winsten worden terug in de sector geïnvesteerd. Een belangrijk onderdeel van onze werking gaat naar opleidingen zodat de FM sector over professioneel opgeleide medewerkers kunnen beschikken, en dit zowel operationeel als strategisch. We organiseren ook forums bij specifieke groepen zoals de overheidsdiensten, banken, zorgsector, energiesector, architectuursector enz. Iedereen kan alles over ons vernemen op onze website: www.ifma.be
Er bestaat een Posthogeschoolopleiding Facility Management in de Sint-Lieven Hogeschool in Sint-Niklaas.
Voor wie zijn deze opleidingen bedoeld?
Marcel Eeckhout: De opleidingen zijn gemaakt voor de leden van IFMA. Het zijn cursussen die gegeven worden door pro’s voor pro’s, met de bedoeling de sector verder optimaal te professionaliseren. De dagopleiding verhuist dit jaar naar Gent , een drie jaar durende opleiding om een Bachelortitel te bekomen. In Nederland zijn er een negental hogescholen die opleidingen verzorgen in Facility Management. Ook bij ons stellen we een stijgend succes vast, elke cursus wordt toch bijgewoond door een 30 à 40-tal deelnemers. Niet alleen krijgen ze een opleiding maar tegelijk kunnen ze ook netwerken met sectorgenoten. In het Franstalig deel van ons land – in Luik om precies te zijn – bestaat een gelijkaardige cursus en in Brussel, in de Erasmusschool, waar ook opleidingen in strategisch management gegeven worden. Het is de bedoeling dat we mettertijd ook na de Bachelor een Masteropleiding zullen geven. Wij vinden deze opleidingen zeer belangrijk want tenslotte is in het bedrijfsleven het Facility Management de tweede grootste kostenpost.
Freddy Hoorens: De opleidingen zijn voornamelijk nog gericht op cleaning, heb ik de indruk.
Marcel Eeckhout: Dat klopt. Facility Management is ook vanuit de cleaning gegroeid.
Kurt Van Paesschen: Toch zou ik willen pleiten om ook aandacht te schenken aan vastgoed en gebouwen.
Marcel Eeckhout: Dat komt. In Erasmus gaat al een groot deel van de aandacht naar vastgoed en gebouwen.
Krijgen de klanten één contactpersoon voor alle diensten?
Wordt in de sector van Facility Management met een account executive gewerkt? Eén persoon die alle vragen en opdrachten van de klant centraliseert? Of heeft de klant contact met telkens een ander persoon, naargelang de vraag van de klant?
Patrick Waûters: Ja, meer en meer bedrijven streven naar één contactpersoon die vervolgens voor de verdere coördinatie zorgt. Hij regisseert als het ware het antwoord op elke facilitaire vraag.
Claudine Decorte: Een account executive is essentieel in ons type van bedrijven. De klant heeft één aanspreekpunt. Dat is een super voordeel voor de klant. De contactpersoon zoekt dan voor elke vraag de juiste oplossing voor zijn vraag binnen de organisatie.
Nico Joly: Ik denk dat dit voor de meeste bedrijven uit onze sector geldt. De klant neemt hiervoor zelf vaak het initiatief door constant bijkomende opdrachten te geven.
Freddy Hoorens: Wij krijgen ook alsmaar meer aanvragen om als onafhankelijke partij het Facility Management te organiseren, voor de invulling van de services doen wij eveneens aan outsourcing maar wij zelf fungeren als SPOC (Single Point of Contact). Het is mijn wens en aanbeveling om de sector te adviseren dat we meer onderling moeten samenwerken, onder supervisie van een onafhankelijk management.
Kurt Van Paesschen: De kmo heeft nood aan één en dezelfde contactpersoon voor alle diensten die de leverancier te bieden heeft
Yves Stevens: Wij hebben vastgesteld dat bijlange niet alle kmo’s de organisatorische én financiële voordelen van optimaal facility management kennen. Niet elke kmo zit in een gestructureerd kmo-park. Daarom organiseren we in het voorjaar 2012 een bijzonder seminarie ” Facility Management op maat van de kmo”, en dit voor de eerste maal.
Freddy Hoorens: De toekomst is aan het principe van de samenaankoop zoals dat bijvoorbeeld in bedrijvencentra of op bedrijventerreinen het geval is. Samen aankopen kan de prijs van de aankoop sterk doen dalen – soms tot 20 procent – en bovendien heeft men minder administratief werk. Daar ligt voor iedereen de toekomst volgens mij.
Dirk Maes: Zo hebben wij o.a. voor een bedrijvenvereniging in Wommelgem/Ranst, BeWoRa, de groepsaankoop kunnen realiseren van zonnepanelen voor elk van hun leden. Door het centraliseren van het contact en het daarbij bekomen grote volume heeft iedereen een belangrijk voordeel gedaan.
Patrick Waûters: Er zijn drie types van bedrijvenklanten: de hele kleine kmo waar de baas zorgt voor facilities na zijn dagtaak, de kmo waar één persoon tijd krijgt voor facility management en de grote bedrijven met een FM team. Voor elk van die groepen is een specifieke aanpak aangewezen.
Freddy Hoorens: In de meeste bedrijventerreinen zijn alle bedrijven die zich daar komen vestigen verplicht aan te sluiten bij een vzw die voor de coördinatie van de aankoop zorgt. De kost van zo’n parkmanagement wordt gedragen door een deel van de korting op de gezamenlijke inkopen en door de verdeling van het saldo heeft iedereen zijn voordeel.
Ben Smets: Het verandert snel. Kijk naar de gezondheidszorg. Hoe groter de organisatie, hoe meer men gelooft in het voordeel van externe medewerkers op het vlak van facility management.
Claudine Decorte: Eén aanbieder kan niet alles, maar heeft wel een aantal specialismen, en de rest moet hij ook inkopen, maar essentieel is dat iemand het coördineert tot een efficiënt geheel. Het grootste probleem in de toekomst is uitvoerders vinden en houden.
Chris Huybrechts: Wij komen uit de kantoormeubelsector, maar zijn geleidelijk aan, op vraag van de markt, geëvolueerd naar een bedrijf dat totale kantoorinrichting doet. We beperken ons niet tot het leveren van meubilair maar richten een bedrijf totaal in vanaf het maken van een totaalconcept met onze interieurarchitecten tot schilderwerken, verlichting, vloerbekleding, wanden enz. Het vinden van het juiste personeel en partners is daarbij erg belangrijk en wordt steeds een grotere uitdaging.
Dirk Maes: Wij hebben een duidelijk profiel van wat we willen en wat we doen, namelijk: het managen van faciliteiten in en rond een bedrijf. Hierin kunnen wij het enige contactpunt zijn voor elke ondernemer en manager.
Freddy Hoorens: Ik stel ook vast dat de markt van de aanbestedingen meer toegankelijker geworden is, maar de overheid stelt haar eisen vaak te hoog , zodat de offertes te duur uitvallen. Wanneer ze echter zouden vertrekken van hun huidige interne dienstverlening dan zouden zij veel realistischere offertes krijgen.
Kurt Van Paesschen: We spreken hier over één persoon die voor het klantencontact en –onderhoud moet zorgen, maar doen wij dat zelf wel?
Marcel Eeckhout: Het misverstand bij vele kmo’s is nog altijd dat ze ervan uitgaan dat alles wat ze zelf doen, beter is. Die tijd is voorbij maar nog niet iedereen heeft dat begrepen. We hebben nog werk om kmo’s te overtuigen van zich eerst en vooral op hun core business te concentreren.
Hoe milieubewust zijn de kmo’s in hun samenwerking met u?
Duurzaamheid en ecologisch bewustzijn is op dit ogenblik de rode draad die doorheen de aanpak van vele bedrijven loopt. Ook op het vlak van Facility Management. Op welke manier is duurzaamheid en ecologisch bewustzijn aanwezig in de bedrijven hier rond de tafel?
Ben Smets: Gelukkig geeft onze sector in de meeste gevallen hier toch het goede voorbeeld. In de zorgsector is de duurzame en ecologisch vriendelijke aanpak nog vaak ver te zoeken.
Nico Joly: Meer en meer wordt ons de vraag gesteld om te werken met biologisch afbreekbare producten, plantenpotten die ecologisch verantwoord en recycleerbaar zijn. Je merkt toch dat er een mentaliteitswijziging aan de gang is.
Patrick Waûters: De wereld zit momenteel op een kantelpunt: we zijn groen in woorden of we worden groen in onze daden. Het eco-marketing praatje is op. Om verder ernstig genomen te worden neemt ieder bedrijf nu concrete groene maatregelen.
Marc Celen: Dat is misschien wel waar maar toch nog meestal op voorwaarde dat het niet meer kost. Maar toch merken we dat de ecologische aanpak van Boma samen met Ecover zijn vruchten blijft afwerpen. Het aandeel van ecologische producten en oplossingen blijft groeien binnen de totale Boma-omzet.
Chris Huybrechts: Veel overheidsbedrijven vragen certificaten die aantonen dat je milieubewust werkt. Het craddle to craddle systeem is dan de maatstaf, hoewel ik toch nog vaak de indruk heb dat het louter een commercieel systeem is.
Paul Verkinderen: In fleet management is het makkelijk. Vermindering van CO2-uitstoot brengt fiscaal geld op bij auto’s. Werken om een behoorlijke groene footprint te realiseren is goed natuurlijk, maar het mag niet enkel een marketing tool zijn. Om een werkelijke CO² vermindering in uw vloot te realiseren is, naast een goede car policy, ook een mentaliteitswijziging noodzakelijk. Zo evolueren we op termijn meer naar een mobiliteitsbudget, waarbij de auto niet meer centraal staat, maar ook andere vormen van vervoer in aanmerking komen. En daar hebben we dan de tools nodig om dit te meten en te beheren.
Freddy Hoorens: Duurzaamheid en serviceflats zijn volgens mij de meest verkrachte woorden van het ogenblik. Duurzaamheid bestaat uit de 3 P’s (Profit, People, Planet) en dient ook zo geïmplementeerd te worden. Minstens 2 P’s dienen aan bod te komen. Ook in ons bedrijf wordt eraan gewerkt. Onze auto’s zijn groen, we hebben onze printers vervangen door andere printers die recto/verso kunnen printen en besparen zo heel wat papier. Deze ingrepen zijn mooie voorbeelden daar ze zowel impact hebben op Planet als op Profit. We hebben ook maatschappelijk verantwoord – en mensgericht ondernemen ingevoerd en zoeken via onze registratie en rapportering steeds naar duurzame oplossingen.
Peter Nuijs: Ook de overheid besteedt meer aandacht aan duurzaamheid. Dat valt ook op in de aanbestedingen van de overheid. Het is goed dat de overheid het voorbeeld geeft.
Chris Huybrechts: Duurzaamheid wordt ook in de sector van de kantoormeubelen erg belangrijk. Vaak worden er duurzame meubelen door klanten gevraagd terwijl ze zelf niet echt weten wat duurzaamheid betekent. Ik geef vaak het voorbeeld van een houten antieken kast. Die gaat vaak al eeuwen mee, is opgebouwd uit pure materialen als hout en koper voor het beslag,en staal voor de demonteerbare schroeven waar de kast mee samenhangt. Ze werd vaak enkel behandeld met boenwas en niet met chemische stoffen. Ze heeft bewezen dat ze erg lang meegaat van familie naar familie en past vaak in elk interieur. Ze voldoet zonder twijfel aan de strenge normen van EMAS, ISO 14001 enz.
Marcel Eeckhout: Wij hebben ooit gebrainstormd met bedrijven zoals Van Gansenwinkel en een papierfabrikant om een groenere weg in te slaan en we zijn tot de slotsom gekomen dat het alleen werkt als je er ook voordeel bij hebt. Het mag niet meer kosten. Daarom moet je zorgen dat je voor volume zorgt.
Paul Verkinderen: Soms heb ik wel de indruk dat wij, in ons land, strenger willen zijn dan noodzakelijk of gevraagd. In Duitsland zijn de normen die opgelegd worden in elk geval veel minder streng.
Patrick Waûters: België is ook niet zo streng! Je moet na 19 uur eens door Brussel rijden. Bijna alle gebouwen zijn dan nog verlicht. Het licht uit doen is maar een druk op een knop en je bespaart meteen. Ik heb de indruk dat we het ecologische vaak nog te ver gaan zoeken.
Hoe belangrijk is snelheid in de dienstverlening voor de panelleden? Wordt er veel last minute gevraagd of gaat het in de regel om lang van tevoren vastgelegde contracten?
Ben Smets: Het is constant op het laatste ogenblik. Dat is nog altijd niet verminderd.
Claudine Decorte: Bij ons is dit toch sterk verminderd. De behoeften van de bedrijven veranderen, dat wel. De overheid vraagt soms van de leveranciers wat ze zelf niet doen.
Marc Celen: Boma is erop voorzien om zeer snel te reageren met leveringen, advies en oplossingen op de werkvloer omdat onze klanten (schoonmaakbedrijven) vaak onder druk staan om problemen snel op te lossen.
Vandaag is de werkplek meer en meer een verlengstuk van thuis
Hoe langer hoe meer willen ook kmo’s het accent leggen op een stimulerende werkomgeving. Het is ondertussen gebleken dat de juiste omgevingssfeer inspirerend en relaxerend werkt op de medewerkers, waardoor de medewerkers nog meer aan het bedrijf gehecht worden. Is dat ook de ervaring van onze panelleden?
Nico Joly: Het is in elk geval onze focus. Wie in een aangename, gezellige werkomgeving werkt, voelt zich beter en presteert ook beter. We hebben hierover een studie gemaakt en hieruit is gebleken dat mensen tot 40 procent productiever kunnen zijn wanneer de werkomgeving aangenaam, gezellig en ontspannend is.
Dirk Maes: Onze maatschappelijke omgeving verandert. De babyboomers passen hun handelingen aan in functie van de nieuwe generaties. Onze wereld is ook virtueel en we bezitten meer elektronische middelen om hem te organiseren op elke plaats in de wereld. Vandaag is de werkplek een verlengstuk van thuis. Privé en werk smelten in elkaar. Prestatie, kennis en bereikbaarheid zijn het credo.
Chris Huybrechts: Jonge mensen zoeken in de eerste plaats sexy en dynamische bedrijven. De uitstraling van het bedrijf waar je werkt of wil werken, is een belangrijke factor waarom je precies voor dat bedrijf kiest. Het is duidelijk dat men een kantoorjob vandaag in een aangename sfeeromgeving wil uitoefenen, het interieur is daarbij één van de belangrijke factoren.
Freddy Hoorens: De omgeving waarin je werkt is de bovenste laag van de perceptie. Het belangrijkste naast een degelijke marktconforme verloning is en blijft de manier waarop gecommuniceerd wordt, de betrokkenheid, de groeimogelijkheden en de ter beschikking gestelde systemen en apparaturen.
Peter Nuijs: Mensen willen zich identificeren met de werkomgeving en de eigen werkplek.
Jef Rymen: De belangen van jongeren en ouderen kunnen verschillen. Belangrijk is dat je de medewerkers de juiste opleidingen geeft. Er is een trend naar retentiemanagement. Telewerk breekt niet echt door omdat thuiswerkers het sociaal contact met de collega’s missen.
Marc Celen: Een duidelijk opleidingstraject wordt vandaag door jonge werknemers duidelijk gewaardeerd. Bedrijven moeten er wel op toezien dat ze jonge competente medewerkers nadien nog kunnen behouden.
Focus je op wat je het beste kunt
Wat kunnen we de lezers nog meegeven waarmee ze functioneler met de sector van Facility Management zouden kunnen samenwerken?
Jef Rymen: Kmo’s moeten zich focussen op hun core business en andere dingen uitbesteden.
Kurt Van Paesschen: Ik besef dat Facility Management en kmo een moeilijk huwelijk is. Toch raad ik hen aan: doe niet alles zelf. Voor HR doe je beroep op specialisten via een sociaal secretariaat, voor FM doe je beroep op specialisten via FM-organisaties.
Dirk Maes: Ik blijf geloven in een goed huwelijk tussen de kmo’s en onze kennis/ervaring. Ondernemingen die willen groeien kunnen niet anders dan externe specialisten in te schakelen. Wij moeten meer inspanningen leveren en naar hen toestappen, ons kenbaar maken, proactief optreden.
Yves Stevens: IFMA zal ook een constante ondersteuning voor iedere kmo worden, maar dan moeten we beiden, IFMA en de kmo’s, wel werken opdat ook deze vakvereniging een evident referentiepunt voor de kmo wordt inzake FM.
Claudine Decorte: Kmo’s kunnen heel wat advies inwinnen bij ons type leveranciers. Soms zijn ze onwetend van hoe het werkt en een kantoor herinrichten of verhuizen doe je niet elke dag. Het is evenwel zeer belangrijk dat er in een bedrijf één persoon verantwoordelijk is voor alles wat Facility Management aanbelangt. Bedrijven moeten deze mensen ook gespecialiseerde opleidingen laten volgen.
Koen Van Ginneken: Ik wil nog even herhalen dat het belang van ecologie stijgt. Wij krijgen in elk geval veel appreciatie voor de oplossingen die wij op maat aanreiken.
Nico Joly: Het grote probleem vandaag, voor ons zowel als voor onze klanten is de meest geschikte medewerkers vinden en deze te houden.
Ben Smets: De focus moet liggen in de samenwerking met externe partners.
Patrick Waûters: Drie van de vier grootste knelpuntberoepen zijn facilitair: techniekers, schoonmakers en horeca (of catering dus). Geschikte mensen vinden wordt dus dé uitdaging binnen FM. Kmo’s kunnen die zorg best uitbesteden. Ze moeten daarbij vooral kwaliteit en flexibiliteit kopen. De beste prijs zal ondergeschikt zijn, ook al gezien de kleine marges in de sector.
Marcel Eeckhout: Ook in de iets moeilijkere tijden die we nu tegemoet gaan zullen het de kmo’s zijn die de toekomst van ons land gaan bepalen. Ik zou kmo’s willen aanraden van durven na te denken en bepaalde zaken in vraag te stellen: zijn we wel goed bezig, wat kunnen we verbeteren, hoe kunnen we nauwer samenwerken met derden enz. Doe niet alles zelf. Je verspilt hiermee zeer veel tijd en geld.
Peter Nuijs: Dat vind ik een zeer positief advies. Sommige dingen lijken voor iedereen zo evident en dan stel ik me soms de vraag: waarom ziet de eigenaar van dat bedrijf dit niet? De sector Facilitair Management kan als expert naar de eigenaar een enorme bijdrage leveren in het verbeteren van de facilitaire activiteiten. Communicatie en advies in deze is zeer belangrijk. Laat ons allemaal zoveel mogelijk communiceren.
Paul Verkinderen: Onze klanten zijn meestal multinationals en ik zweer u: die hebben identiek dezelfde problemen. Ik wil de kmo’s adviseren om meer samen te werken op één site.
Freddy Hoorens: Samen sterk is de boodschap. Zoek synergie buiten je eigen bedrijfsmuur en je zal merken dat je dan veel zaken goedkoper, beter en haalbaar zult maken dan voorheen.
Chris Huybrechts: We moeten allemaal elkaar wat meer consulteren.
Philippe Janssens de Varebeke: Ik zit nog niet lang in deze business en heb hier al veel bijgeleerd. Kmo’s weten niet altijd waar naartoe. Freddy Hoorens sprak over drie vuistregels: people, planning en profit. Graag voeg ik er een 4de “P” aan toe PRIORITY. Daar komt alles op neer.
Steven Valkeniers: De overheid is zeer belangrijk in deze materie. Zij moet het goede voorbeeld geven.
Ben Maes: Ieder moet uitgaan van zijn eigen sterkte en zoveel mogelijk samenwerken met de juiste partners.
Marc Celen: Hou rekening met verdoken kosten als je dingen zelf doet. Bijvoorbeeld: een werknemer op pad sturen om inkopen te doen in een winkel is duurder dan gelijkaardige goederen door een professional te laten leveren, zelfs al zijn de prijzen in de winkel soms lager.
Brick De Schutter: Ik raad iedereen aan: focus je op wat je het beste kunt.
Marcel Eeckhout: Facility Management wordt veelal beleefd in grote bedrijven. Wij moeten onze producten en onze diensten beter focussen op kmo’s.
Wie dit panelgesprek wil samenvatten in één zin, mag onthouden dat ook kmo’s geleidelijk aan moeten afstappen van de idee om alles zelf te willen doen. Wie alles zelf doet heeft geen tijd meer over om te doen wat hij volgens de statuten van zijn onderneming moet doen. Zoek geen leveranciers, maar zoek partners. Leer van elkaar en je zult sneller groeien dan je had verwacht.
Foto's: Wilfried Deferme



