De graad van opleiding bepaalt vandaag de weerbaarheid en het reactievermogen van ons bedrijfsleven. Elk bedrijf is slechts zo sterk als zijn zwakste schakel. Ik herinner mij uit mijn schooljaren een gezegde dat zei: “De dwaas doet zijn ervaringen bij zichzelf op, de wijze bij anderen.”
Het valt natuurlijk niet mee om oude honden nieuwe kunstjes te leren. Een tennisleraar zal graag bevestigen dat het moeilijker is een doorheen de jaren zelf opgebouwde foute reeks handelingen af te leren dan nieuwe regels aan te leren. Voldoende reden om er bijtijds bij te zijn. Degelijk opgeleide medewerkers geven elk bedrijf een meerwaarde, die vroeg of laat (maar eerder vroeg) ook loont.
Ooit zei iemand mij dat hij het vertikt om zijn mensen nog verder op zijn kosten bijkomende opleidingen of bijscholing te laten volgen, want, zo zei hij, met de opgedane kennis gaan ze shoppen op de arbeidsmarkt in de hoop een beter betaalde job te vinden. De man vond niet dat het zijn taak was een dergelijk gedrag te subsidiëren. Maar wat is het alternatief? Een bedrijf runnen met onvoldoende opgeleide medewerkers? De concurrentie zal het graag horen. Iedereen is het vandaag zichzelf en de onderneming waar hij werkt verplicht om voortdurend zaken bij te leren. De man die te oud is om te leren is waarschijnlijk altijd te oud geweest om te leren en die dient niet als criterium of maatstaf.
We vroegen enkele specialisten op het vlak van Opleidingen om ons te informeren hoe kmo’s het best kunnen samenwerken met deze sector. Volgende experts gaven gevolg aan onze uitnodiging:
- Philippe Belet (Oak 3 Education Center)
- Mac Bolland (Entheos)
- Sofie Bruynooghe (Orbid)
- Wim De Bruycker (Priority Makers)
- Yves Driesen (Givi Group)
- Diane Keymolen (Diane Keymolen)
- Paul Koeck (Coachteam)
- Erik Lauwers (Words Win Worls)
- ves Miserez (Optima Facto)
- Pascal Persyn (Bizlaunch en Perpetos)
- Rudi Plettinx (Center for Creative Leadership)
- John Ritzky (ICT Steunpunt/Teach-me)
- Patrick Van Craen (Deonta Executive)
- Anne Van den Broeck (ASAP Training & Event)
- Eric Van den Broele (Graydon)
- Marjan Van Reeth (VDAB)
- Christel Verhaert (Inlingua Talenschool)
- Katia Vermeersch (Orbid)
- Jo Vervaet (Amelior)
Een grote groep van geïnteresseerden. We kwamen samen in het Lindner Hotel (ex-Golden Tulip) aan de Lange Kievitstraat, namen dankbaar gebruik van het ter beschikking gestelde ontbijt en vuurden meteen onze vragen af.
VRAAG 1
Wat is de impact van de economische crisis op de sector van de Opleidingen? Heeft iedereen de indruk die wij zelf ook hebben, nl. dat het ergste van de crisis achter ons ligt?
Marjan Van Reeth: Wij zijn als VDAB een goede barometer. We hebben de voorbije maanden bijzonder veel werk gehad omdat het aantal werkzoekenden ook aanhoudend steeg. Buiten het eigen werk dat we de voorbije maanden gedaan hebben, hebben we ook nog zeer veel van onze activiteiten moeten uitbesteden.
Wim De Bruycker: Sinds de steunmaatregelen van de opleidingcheques behoorlijk strenger beoordeeld worden, is het moeilijker voor de sector.
Patrick Van Craen: Je moet een onderscheid maken wat men onder training verstaat. Opleidingen met betrekking tot competentie hebben het moeilijk gehad. Grote bedrijven die met budgetten werken, die hebben hun budgetten tot 20 procent naar beneden geschroefd. Zulke onvoorziene besparingen kunnen dikwijls gerealiseerd worden door te snoeien buiten de vaste kosten, dus in publiciteit, opleidingen, aanwervingen enz. Alles wat met management te maken heeft werd toen voorlopig in de koelkast gestoken. Sinds het tweede kwartaal 2010 werd dit uitstel in versneld tempo ingehaald .
Rudi Plettinx: Het verschil tussen 2009 en 2010 is duidelijk. In 2009 gingen wij zowat 20 procent achteruit. In 2010 hebben we dat weer goed kunnen maken. In feite was 2010 voor ons een goed jaar.
Katia Vermeersch: Bedrijven hebben de mogelijkheid om tijdelijke werkloosheid in te schakelen, nuttig gebruikt om hun medewerkers een bijkomende opleiding te geven. Dat verdient een pluim.
Wim De Bruycker: Wat we hopelijk achter de rug hebben, is gewoon een economische wet, daar kan niemand verantwoordelijk voor gesteld worden.
Rudi Plettinkx: De directie heeft een reeks vaardigheden moeten bijleren.
Patrick Van Craen: Eindelijk heeft men aan retentiemanagement moeten doen, vooral bij kmo’s. Goede medewerkers behouden in moeilijke tijden is een belangrijk gegeven. Continue opleiding en vorming vormen daarin een belangrijk onderdeel waar medewerkers vandaag veel belang aan hechten.
Paul Koeck: De crisis heeft ervoor gezorgd dat complexe beslissingen uitgesteld werden. Simpele producten waren geen probleem. Velen hebben zich ook moeten bekwamen in sociale vaardigheden.
Yves Miserez: We zien een beweging in de markt dat coaching meer en meer een normale zaak aan het worden is, zoals in Nederland. Coaching is meer uniek, meer persoonlijk. In de ons omringende landen is het een statussymbool, bij ons wordt het geleidelijk aan meer toegepast bij kmo-leiders en hun personeel. De toegevoegde waarde kan nochtans zeer groot zijn, zowel persoonlijk als financieel.
Eric Van den Broele: Wij stellen vast dat er nochtans duidelijke verschuivingen zijn naar coaching. Er is een duidelijke concentratie op doe-cursussen en op management, men wil sneller resultaat zien.
Paul Koeck: Daar waar vroeger vooral het team moest opgeleid worden, wordt nu eerder de teamleider beter opgeleid.
John Ritzky: Opleidingen staan bij vele kmo’s niet bovenaan de prioriteitenlijst en volgens mij heeft de economische crisis er dus weinig impact op. Bij particulieren is er vanuit recreatieve overwegingen minder vraag naar opleiding maar door de stijging van de werkloosheid wordt de nood aan bijscholing en opleiding groter vanuit de hoop een meerwaarde te kunnen bieden op de arbeidsmarkt. Bedrijven streven wel naar betere resultaten maar omwille van besparingen blijft de drempel hoog om degelijke opleidingen te voorzien.
Philippe Belet: De crisis heeft zeker zijn sporen achtergelaten. Er wordt minder gebruik gemaakt van de opleidingen in open aanbod en er wordt meer gebruik gemaakt van opleidingen-op-maat op het kantoor zelf.
Diane Keymolen: De reacties zijn verschillend. De ene zegt: nu “moet” ik iets gaan doen! Nu kan het niet anders, en schakelt professionele hulp in. Terwijl sommigen dan weer reageren met: ik heb nu geen tijd en/of geen geld voor die zaken, en zij gaan trainingen en andere vormen van begeleiding zoals coaching, voor zich uitschuiven en uitstellen voor onbepaalde tijd. Wij moeten vanuit onze expertise en met het doel van de onderneming in gedachte, kunnen op anticiperen op deze overtuigingen.
VRAAG 2
Heeft de crisis in de sector van de Opleidingen slachtoffers gemaakt? Of is het ook hier het verhaal dat bij een storm de zwakste bladeren eerst afvallen?
Erik Lauwers: Er zijn zeer zeker slachtoffers gevallen als een gevolg van de crisis., zoals overal, toch?
Yves Driesen: Er zijn er zeker gesneuveld maar sinds september van dit jaar is er zeker een relance waar te nemen die ons terugbrengt tot het niveau van 2008.
Wim De Bruycker: Wij behoren tot een internationale organisatie en wij moeten aan een centrale dienst elk kwartaal onze resultaten bekend maken. Tijdens het derde kwartaal van dit jaar hebben wij een wereldwijde toename genoteerd van +22 procent.
John Ritzky: De crisis heeft bijgedragen tot het zoeken naar een nieuwe aanpak door te investeren in onderzoek en ontwikkeling. Hierdoor werden efficiënte, betaalbare opleidingsmethodieken gerealiseerd, wat uiteindelijk de kmo’s ten goede komt.
Mac Bolland: De crisis heeft ertoe bijgedragen dat bedrijven op een creatievere manier zijn leren omgaan met hun respectievelijke uitdagingen waardoor ze sterker gewapend zijn voor de toekomst. Zoals Johan Cruyf steeds zei “elk nadeel heb z’n voordeel”.
Diane Keymolen: Er vallen regelmatig aanbieders weg maar er komen er ook nog altijd nieuwe bij. Is dit niet altijd al zo geweest? En het grote aanbod past in onze meerkeuzemaatschappij. Toegegeven, inderdaad, het maakt het niet makkelijker.
VRAAG 3
Heeft e-Learning en internet de bestaande opleidingsmarkt gekannibaliseerd?
Parick Van Craen: Neen, het is gewoon een goede toevoeging.
John Ritzky: Internet zorgt ervoor dat cursussen gemakkelijk kunnen verspreid worden. E-Learning kent intussen een groeiende populariteit. Het is tenslotte een flexibele manier van leren die inspeelt op de nood aan autonomie en vrijheid van de cursist. Je kan op je eigen tempo studeren. E-Learning drukt ook de opleidingskosten en laat een veelzijdige manier van leren toe. E-Learning heeft de opleidingsmarkt zeker niet gekannibaliseerd. Het is aan opleidingsinstanties om de voordelen op een constructieve manier te gebruiken en een gezond evenwicht te vinden tussen verschillende opleidingsmethodes.
Rudi Plettinx: Blended learning (*) is de toekomst. Er is hier nog werk weggelegd voor een bepaalde federatie.
Mac Bolland: Blended learning is ideaal, vooral in het kader van de nazorg. Onze “E-coach rooms” genieten bijzonder veel bijval.
Erik Lauwers: e-Learning is een goede aanvulling. We zien meestal de beperkingen. De mogelijkheden zijn zo groot als onze eigen overtuigingen . De investering om het op een kwalitatieve manier te brengen kan wel een probleem zijn. Je hebt enerzijds een platform en anderzijds de inhoud. Ontwikkeling van beide vraagt een andere aanpak dan bij traditionelere vormen van opleiden. Eigenlijk bouw je een systeem en een cursus. Daar gaat nogal wat investering in zitten.
Yves Driesen: Zelfstandige ondernemers en kmo’s hebben in de regel weinig tijd, daarom is e-Learning ook voor hen een goede aanvulling.
John Ritzky: De crisis heeft ons geholpen om te zoeken naar goedkopere, meer effectieve alternatieven. Ook merken we een groeiende belangstelling van de kmo’s zelf om projecten uit te voeren om hun partners en/of klanten door middel van multimediale e-learning kennis te laten opdoen over hun eigen producten en diensten.
Christel Verhaert: Voor taalopleiding is het bruikbaar maar volgens mij, alleen succesvol in combinatie met andere leermethodes. Net voor de crisis was er evenwel wel een terugval van e-Learning. Het blijft een investering.
Paul Koeck: e-Learning is nog te simplistisch voor de klant. Ik verwacht op korte termijn zeker nog een groei en op lange termijn zeker.
Rudi Plettinx: Het hangt ook af van generatie tot generatie.
Diane Keymolen: Ook van de manier van leren van het individu.
Wim De Bruycker: Hoe nuttig en interessant e-Learning ook mag zijn, je zal toch altijd een wakend oog moeten zijn. Het persoonlijk contact dat waakt over de correcte toepassing van de opleiding, is onontbeerlijk.
John Ritzky: Op het vlak van afstandsleren kunnen we nog veel leren van de Scandinavische landen, in het bijzonder van Finland.
Jo Vervaet: e-Learning is één taal. Het is niet voor alle competenties geschikt.
Patrick Van Craen: e-Learning zal niet voor alle toepassingen even belangrijk zijn. Voor het verwerven van technische kennis is het wel interessant en nuttig. Voor attitudetrainingen zoals commerciële vaardigheden, motiverend coachen en dergelijke meer blijven praktische oefeningen in kleine groepen de beste methode. Praktijk gerichte sessies – eventueel op de werkvloer – blijven noodzakelijk.
Marjan Van Reeth: E-learning wordt geïntegreerd in veel van onze opleidingen, ook in de meer technische zoals een module HACCP voor horeca, en is een groot succes. De attitude van elk individu is hierbij heel belangrijk. Er moet wel een coach zijn die het studieproces bewaart.
Jo Vervaet: Hoe dichter e-Learning bij de job van de mensen staat, hoe beter.
Wim De Bruycker: Hoe lezen jullie het nieuws over de actualiteit, via het computerscherm of via de gedrukte krant? Ook hier is er ongetwijfeld een verschil tussen generaties.
Philippe Belet: E-learning kan, op voorwaarde dat de complexiteit niet te hoog is, zeker een goed alternatief bieden. In een blendend aanpak is het een sterke tool en wordt het bv. gebruikt om de mensen allemaal op hetzelfde niveau te brengen vooraleer het klassikale deel te starten.
VRAAG 4
Is er vandaag geen overdaad aan open seminaries, workshops waar iedereen kan inschrijven? Op onze redactie ontvangen wij wekelijks meerdere voorstellen om seminaries aan te prijzen aan onze lezers. Is het hierdoor niet moeilijker geworden om grote groepen samen te stellen?
Mac Bolland: Er is inderdaad een overdaad. Dit is m.i. een gevolg van de grote daling in 2009 waardoor trainingsorganisaties andere kanalen zijn gaan aanboren. Met onze “Inspiration Seminars” genieten we nog altijd van een ruime belangstelling, maar het klopt dat het aanbod enorm gestegen is. Toch blijft het een interessant gegeven want bij zo’n grotere groepen leer je ook van de andere aanwezigen en het netwerkgegeven is een niet te onderschatten meerwaarde, hoewel dit natuurlijk niet het hoofddoel is.
Wim De Bruycker: We houden al 30 jaar open seminaries. Vroeger hadden we er meerdere per maand, nu zijn het er enkele per jaar. Precies omwille van de overdaad.
Rudi Plettinx: Open programma’s gaan niet vooruit. Wat is de juiste investering voor een bedrijf? Geïntegreerde oplossingen.
Diane Keymolen: Het ene sluit het andere niet uit. We moeten spreken van EN-EN en niet van OF-OF.
Wim De Bruycker: Krijgen jullie ook zoveel vragen om voor verenigingen of organisaties ’s avonds een voordracht te komen houden? Als je de prijs uitspreekt is het lang stil aan de telefoon.
Patrick Van Craen: Attitudetrainingen kosten al gauw 3.000 euro. Er zijn bedrijven die dit hun medewerkers aanbieden en die een deel van het cursusgeld terugbetalen. Naargelang deze opleidingen vruchten afwerpen kan men in sommige bedrijven het volledige cursusbedrag terugverdienen, via bijvoorbeeld de bonus of door enkele jaren in dienst te blijven. Het is dus een goede methode om medewerkers aan het bedrijf te binden.
Christel Verhaert: Weldra starten wij met 1-dag seminaries. Het is een meer moderne vorm van publiciteit.
Diane Keymolen: Dit is prima. Het is drempelverlagend. Laat mensen proeven, als ze dat willen. Niet iedereen wil zich meteen verbinden voor bijvoorbeeld een training van 8 dagen.
Rudi Plettinx: Trainingen als PR is marketing.
Mac Bolland: We gaan altijd wel voor kwaliteit, zowel in company als in open sessies. Niet iedere onderneming heeft de mogelijkheid specifieke topics te laten trainen binnen het bedrijf wegens te kleine groepen. Open trainingen zijn dan een mooi alternatief.
Pascal Persyn: Wij hebben onlangs Herbots&Partners overgenomen dat dertig jaar bestaat. De evolutie is gigantisch. Vandaag zijn de meeste deelnemers in open workshops nieuwe medewerkers van bestaande klanten. De hoofdreden is te vinden in het feit dat bedrijven vandaag bedrijfssector relevantie eisen en training ook veel meer ingebed willen zien in bedrijf specifieke verandertrajecten.
Wim De Bruycker: Je moet ons zien als een gereedschapskist. We halen uit onze gereedschapskist precies deze tools die van toepassing zijn op het publiek dat op ons beroep doet. Bovendien werken wij met resultaatverbintenissen.
Yves Miserez: Alles hangt af van de doelgroep bij open opleidingen. Je moet heel concreet zijn. Hoe concreter de opleiding hoe groter de interesse. Kmo-leiders hebben weinig tijd voor modellen en mooie verhalen. Zij willen direct ‘hands-on’ advies. Dat is wat geld kan opbrengen.
Erik Lauwers: Het is een systemisch verhaal. Open opleidingen, opleiding op maat, coaching : evenveel stukken in een puzzel die voor elke klant anders is. Geef de klant wat hij nodig heeft om duurzaam te kunnen vissen, niet de vissen zelf.
John Ritzky: Bij open seminaries hoort ook nog het aspect netwerking. De deelnemers aan zo’n open workshop leggen nieuwe contacten, discussiëren over een gespreksonderwerp om nader kennis te maken, om meningen of ervaringen uit te wisselen.
Patrick Van Craen: Wij zien 3 types inschrijvingen in onze open trainingen: (1) nieuwe medewerkers van bestaande klanten als onderdeel van hun basisopleiding, (2) het voorafgaand trainen van de hiërarchische overste vόόr de eigen teamleden, (3) kmo’s met te weinig medewerkers voor een in-house groep van 5 tot 8 medewerkers.
VRAAG 5
Wat kunnen we de kmo’s, onze lezers nog aanbevelen dat tot op heden nog niet of onvoldoende aan bod is gekomen?
Erik Lauwers: Leer systemisch denken. Succes volgt uit een veelheid van acties. Dat ene ding wat je moet doen om voor altijd succes te hebben, bestaat niet. De systemische aanpak, een veelheid van kennis, vaardigheden en attitudes die je kan leren en toepassen, leidt sneller tot duurzaam succes.
Yves Miserez: Kmo’s kunnen best blijven investeren in hun leiders en hun personeelZoek naar opleiders bij u in de buurt, die gemakkelijk zijn om mee samen te werken en meer bieden dan boekenkennis. Stimuleer uw mensen in het model ‘levenslang leren’.
Pascal Persyn: Groepeer uw opleiding en ondersteuningsadvies zodat opleiding kan in lijn gebracht worden met uw doelstellingen. Dit zal een belangrijke meerwaarde betekenen tegenover het ad hoc trainen van vaardigheden aan individuen. Dit met uitzondering natuurlijk van technische vaardigheden die bepaalde mensen dienen te verwerven.
Rudi Plettinx: Opleidingen zijn geen kost maar een investering. Geen enkel bedrijf kan zich veroorloven van niet of onvoldoende opgeleide medewerkers te hebben.
Patrick Van Craen: Ik zou iedere kmo-leider willen aanraden om een meerjarentraject samen te stellen. Bepaal duidelijk uw criteria en vul de training aan met een tendens analyse van de vooruitgang.
Wim De Bruycker: Als je de competitie wil winnen, dan heb je een toptrainer nodig. Dat geldt voor het voetbal, maar dat geldt ook voor het bedrijfsleven.
Anne Van den Broeck: De bedrijfsleiding zou iedereen bij de samenstelling van de opleidingen moeten betrekken, ook de vakbonden wanneer deze in het bedrijf aanwezig zijn.
Yves Driesen: Een kmo zou een jaarlijks opleidingsplan moeten opstellen en dit dan vervolgens nauwlettend en kritisch opvolgen. Daarbij maakt men zoveel mogelijk gebruik van de verschillende leervormen : klassikaal, open leren, e-Learning en werkplekleren. Voor bureautica opleidingen is dit alleszins zeer toepasbaar.
Mac Bolland: Een trap veeg je van boven naar beneden. Sta als zaakvoerder eerst zelf voor de spiegel voor je dit aan je mensen vraagt. Een sterke betrokkenheid van de zaakvoerder bij het volledige vormingstraject is essentieel. Training is slechts een fase van dit traject. Maak werk van het voor- & na-traject en dit om vervaging van de getrainde vaardigheden te vermijden.
Diane Keymolen: Of mensen het geleerde ook blijvend zullen toepassen, hangt van persoonlijke factoren af.
Christel Verhaert: Ook taalopleidingen zijn zeer belangrijk. Ook de opvolging van de opleidingen speelt een belangrijke rol. Het toenemend e-mailverkeer heeft bij velen het besef doen groeien dat ze de discipline om correct, zonder fouten, een taal te schrijven, een beetje hebben verleerd. Correct spreken en schrijven is nochtans zeer belangrijk voor de vorming van uw imago en uw uitstraling.
Sofie Bruynooghe: Wij zitten vaak in een productieomgeving waar e-Learning nog niet van toepassing is. Wij geven ook korte opleidingen, zeer praktisch gericht op iets dat van onmiddellijk nut is voor onze opdrachtgever.
John Ritzky: Onze ondernemingen kunnen enkel blijven bestaan door beter en efficiënter te werken dan de concurrentie. Kennis, professionele ervaring en knowhow is het fundament van onze economie. Voor knowhow zorgt de onderneming zelf. Ervaring opdoen is kennis vergaren over een langere periode. Opleiding volgen is kennis opdoen op korte termijn. Het is weinig rendabel om personen een cursus te laten volgen zonder te voorzien in verdere ondersteuning en zonder hen handvaten aan te reiken waarmee ze hun kennisniveau op peil kunnen houden, zodat de opgedane kennis blijvend rendeert en zelfs groeit.
Marjan Van Reeth: VDAB organiseert ook opleidingen op de werkvloer. Bedrijven die het moeilijk hebben om voor bepaalde vacatures geschikt personeel te vinden, kunnen op ons beroep doen. Wij gaan dan samen met het bedrijf op zoek naar gemotiveerde kandidaten, die de basisvaardigheden onder de knie hebben terwijl de klant/opdrachtgever hen de knepen van het vak leert. Je vindt op onze website (**) meer informatie over het Werkgelegenheids- en Investeringsplan van VDAB. Ook externe specialisten uit de sector van de opleidingen kunnen ons contacteren om hun medewerking te verlenen.
Jo Vervaet: Ik zou kmo’s willen aanraden van te stoppen met opleidingen te shoppen. Wees veel bewuster en zorg voor een totaalproject. Kijk ook na dat hetgeen geleerd wordt ook toegepast wordt. Het is zeer belangrijk dat de bedrijfsleiding een visie over opleidingen ontwikkelt.
Rudi Plettinx: Onze rol is veranderd, we zijn ondertussen zowel consultant als lesgever.
Patrick Van Craen: Niemand van ons kan alles kennen. Ik ben voorstander van competenties die je niet zelf in huis hebt, door te geven aan collega’s die deze wel hebben.
Pascal Persyn: ’Ondernemers weten in de meeste gevallen zeer goed waar ze naartoe willen maar weten niet altijd hoe ze daar moeten geraken. Daarin kunnen wij hen op een actieve manier ondersteunen.
Philippe Belet: Er bestaan nog veel misvattingen over trainingen. Binnen de IT-trainingen, waarin Oak3 actief is, wordt er regelmatig gedacht dat een medewerker goed opleiden en laten certifiëren aanleiding geeft tot het zoeken naar ander werk. Het is juist het tegenovergestelde, de mensen die geen opleiding krijgen binnen een bedrijf zijn de mensen die vertrekken.
Diane Keymolen: Opleidingen moeten we ook op een ecologische manier kunnen bezien., o.a. door ons af te vragen of we wel goed bezig zijn met de minst mogelijke schade. Ik zie regelmatig heel competente mensen, zij “zijn” opgeleid en getraind. Toch hebben ze bij een of ander traject als het ware een deuk opgelopen. Door hun minder leuke ervaringen, die overigens inwerken op hun prestaties, staan zij weigerend ten opzichte van “nog een training”. Wanneer wij bezig zijn met begeleiden, zijn we bezig met mensen. Ik wil niet soft overkomen maar ik pleit hier wel voor een ecologische aanpak. Ik bedoel dat we bewust moeten blijven van onze rol en van het effect van onze tussenkomst. Laten we onszelf de vraag stellen of we bezig zijn te doen wat we moeten doen om uiteraard resultaat te boeken, maar met de minst mogelijke schade voor het individu.
Paul Koeck: Ik zou het bedrijfsleven willen adviseren: zoek kennis en eenvoudige zaken gewoon op, op internet en betaal voor het aanleren van gewoonten.
Hoe een bedrijf het ook bekijkt, je kan nooit voldoende opgeleid zijn. Alles in onze maatschappij verandert zo snel dat het onmogelijk is dat iedereen op de hoogte kan blijven van elke discipline. In de meeste gevallen hebben bedrijven wel de gewoonte om zich onophoudelijk te perfectioneren in hun core business, maar ondertussen zou het voor iedereen duidelijk moeten zijn dat elke onderneming ook behoefte heeft aan andere vaardigheden die netwerkversterkend zijn, die toelaten om doeltreffender gebruik te maken van de nieuwe hulpmiddelen.
Foto’s: Luc Peeters/Pixelshop
(*) Blended learning is één van de termen die gebruikt wordt om een recente onderwijsvisie te beschrijven. Eén van de definities is “een combinatie van online leren en contactonderwijs” of “een combinatie van campusonderwijs en e-learning”. Volgens de meeste bronnen is ‘blended learning’ een mix van leren met en zonder technologie, waarbij een nadere afbakening en invulling niet wordt gegeven. Deze defi nitie is helaas niet de enige, aangezien hierover regelmatig discussies gevoerd worden. Maar in de context van het panelgesprek is dit wel de definitie waarnaar verwezen wordt. (fm)
(**) http://vdab.be/opleidingen/injebedrijf.shtml
